Waargebeurd: Schipbreuk in het paradijs "The sea will win, but we have to take our chances"

“Hoeveelste dag is dit voor jou? Waar kom je vandaan, waar ga je hierna naartoe? Wat deed je voor het vliegen? Waar woon je? Verliefd, verloofd, getrouwd? Heb je kinderen?” Dit zijn De Standaard Vragen die collega’s elke vlucht weer aan elkaar stellen. Een soort basis, want meestal gaan de gesprekken natuurlijk véél verder dan dit. Toch heb je, zeker op korte Europese vluchtjes, niet altijd de tijd om dieper op elkaar in te gaan dan deze onderwerpen.

Ongeveer twee maanden geleden vloog ik met purser Wilbert van Haneghem naar Ibiza op en neer. We waren al even onderweg, maar ik had nog geen kans gehad om met hem te kletsen. Ik besloot om mijn maaltijd even voorin het vliegtuig te gaan nuttigen, zodat ik hem wat beter zou leren kennen. Na De Standaard Vragen vroeg Wilbert me wat ik in mijn vrije tijd graag doe, dus vertelde ik hem over mijn schrijfwerk. “Leuk, ik schrijf zelf ook!” zei hij enthousiast, en liet me zijn boek zien. Schipbreuk in het Paradijs, luidde de titel. Een soort van verschrikt keek ik hem aan. “Jij bent die purser van de schipbreuk in Indonesië…”

Voor het eerst naar Indonesië

Wilbert en zijn vriendin Marjan zijn anderhalf jaar samen als zij op 4 augustus 2014 voor het eerst samen op vakantie gaan: drie weken naar Indonesië! Ze genieten volop van al het moois dat het land hen te bieden heeft. Watervallen, witte stranden, suppen, prachtige snorkelplekjes en natuurlijk de Indonesische keuken. Het stel boekt een vier daagse bootreis die hen van havenstadje Senggigi naar Flores gaat brengen; met tussenstop op idyllische eilandjes zoals Komodo, waar ze met de beruchte drie meter lange varanen kunnen knuffelen.

Vastgelopen

Op donderdag 14 augustus is het zover: Wilbert, Marjan, achttien andere toeristen en vijf bemanningsleden stappen aan boord van de Versace Amara. Een ongeveer 25 meter lange, houten boot. De hele donderdagmiddag geniet iedereen van de boottocht, het zonnetje en de prachtige uitzichten op de groene eilandjes de ze passeren. Na het avondeten, als het al donker is, wordt de groep opgeschrikt door een gigantisch hard, schurend geluid. De bemanningsleden rennen heen en weer en schreeuwen dingen in het Indonesisch naar elkaar. Ze zijn vastgelopen op een rif. Enige paniek ontstaat onder de passagiers. “Is er wel een GPS aan boord? Of een dieptemeter? Hoe capabel is deze kapitein eigenlijk?” Na anderhalf uur ploeteren stijgt het zeewater en krijgt de kapitein de boot los, zodat ze verder kunnen varen. Die nacht wordt er onrustig geslapen.

This boat cannot sink

De volgende ochtend worden er twee eilandjes bezocht. Hier kan gesnorkeld en gezwommen worden. Dan is het tijd voor het langste stuk varen: zestien uur over de open zee. De golven zijn wild, de wind is hard en sommigen krijgen last van zeeziekte. In de middag wordt iedereen verzocht in bed te gaan liggen, omdat het op het dek te gevaarlijk wordt. Midden in de nacht valt ineens de motor stil. “Mooi, dan kunnen we tenminste even over het dek lopen”, zegt Wilbert tegen Marjan. Wanneer het tweetal op het dek komt, staan alle passagiers in zwemvest angstig naar elkaar te kijken. Het is duidelijk mis, en de bemanning is vergeten om het Nederlandse stel te wekken. Een aantal passagiers zijn met emmers in de weer om water van de boot te hozen, anderen zijn spullen aan het verzamelen. Eén van de bemanningsleden roept nog doodleuk: “This boat is made of wood and cannot sink! Stay on board as long as possible!”

“This boat is made of wood and cannot sink! Stay on board as long as possible!”

Lichaamsvet

Aangezien niemand de leiding neemt, besluit Wilbert dit te doen. Bij KLM worden wij getraind op dit soort situaties. Hij legt de HELP-positie uit. Als je je handen over borstkas en zwemvest kruist en je benen optrekt met de voeten over elkaar heengeslagen, en zo stil blijft liggen, verlies je het minste warmte en energie. Ook wordt de huddle-positie uitgelegd: je moet met elkaar één of meerdere kringen vormen in de zee. Gezichten naar elkaar toe, armen in elkaar gehaakt. De mannen blijven in het midden, de vrouwen aan de buitenkant. “Waarom de vrouwen aan de buitenkant?”, is dan een logische vraag. Omdat wij vrouwen meer lichaamsvet hebben en dit houdt de anderen warm. Komt het toch nog van pas!

Zwemvesten uit 1971

Dan komt er een gigantische golf die iedereen van boord sleurt, de woeste zee in. Wilbert wordt precies in het aluminium reddingssloepje gelanceerd, dat  met een touw aan het schip vastgemaakt is. Hij trekt een aantal passagiers aan boord en de groep zwemt naar elkaar toe, rondom de sloep. Er is plek voor  maximaal 7 mensen. De zee is woest en de zwemmers die aan de touwen rondom de sloep hangen, moeten moeite doen om niet verpletterd te worden. Er wordt gewisseld met zwemmen en uitrusten aan boord van de sloep. Ze komen erachter dat een groot gedeelte van de zwemvesten uit het jaar 1971 stamt. “My year of birth!” Roept Wilbert. “And I still work, so does this oldie!”, grapt hij er achteraan.

Overleven; hoe dan?

Inmiddels wordt het weer licht en begint de zaterdag. Er worden plannen gemaakt om deze ramp te overleven. Een gedeelte van de groep wil naar Sangeang -het vulkanische eiland verderop- zwemmen, maar dit is  een levensgevaarlijke tocht vanwege de sterke stroming en hoge golven. Anderen blijven het liefst zo lang mogelijk wachten. De groep schat in dat het misschien wel 10 kilometer ver is, sommigen roepen zelfs 30 kilometer.

Er worden peddels gemaakt van  de planken van het schip, omdat de bemanning de echte peddels in de brand hadden gestoken om, tevergeefs, alarm te slaan. . De bemanning stelt voor dat de passagiers bij het schip, dat inmiddels zo goed als compleet gezonken is, blijven hangen en dat zij het sloepje naar het eiland varen om hulp te gaan halen. Inmiddels vertrouwt niemand de bemanning meer en dit feest gaat dan ook niet door. De tijd gaat langzaam voorbij en de groep is ontzettend moe geworden, maar nog steeds hopend op een voorbijkomende boot, vliegtuig of misschien zelfs de reddingsdienst. Wanneer het schip bijna is gezonken, en een gevaar op zich wordt vanwege rondvliegende onderdelen met spijkers erin, besluit de gehele groep dat er geen andere optie is dan te zwemmen. De opvarenden Noreen, Hannah, Bertrand, Gaylene en Els gaan het snelst vooruit. De rest volgt in en rondom het sloepje- dat zowel een lifesaver als een vertragende ballast blijkt te zijn. Zo proberen ze dichterbij het eiland te komen.

Wanneer het schip bijna is gezonken, en een gevaar op zich wordt vanwege rondvliegende onderdelen met spijkers erin, besluit de gehele groep dat er geen andere optie is dan te zwemmen.

Na een tijdje besluiten de twee Duitse vriendinnen Lisa en Caroline, om zich van de groep bij de sloep af te zonderen en met elkaar te gaan zwemmen. Ook de Spanjaarden Jorge en Victor maken aanstalten om aan de lange zwemtocht te beginnen, in twijfel of ze het gaan halen. “We are fucked if we stay, because the crew will be our death. But we are fucked if we swim too. The sea will win, but we have to take our chances”, zegt Jorge tegen Marjan voordat ze vertrekken. De groep heeft dan net knallende ruzie gehad met de bemanningsleden, omdat zij in hun ogen niet meewerken. Daarop besluit de bemanning ook de sloep te verlaten. Binnen no-time zijn ook zij uit het zicht. Nog geen uur later halen de zes overgebleven zwemmers mét sloep Lisa en Caroline al weer in, ze zijn uitgeput. “Het is ècht niet te doen”, roepen ze huilend. De groep vraagt zich af waar Victor en Jorge zijn.

“We are fucked if we stay, because the crew will be our death. But we are fucked if we swim too. The sea will win, but we have to take our chances”

Aanzoek op zee

De zon begint alweer te zakken en iedereen is in gedachten verzonken. “Zou het thuisfront al op de hoogte zijn van de schipbreuk? Weten ze dat ik vermist ben, dat ik misschien niet meer terugkom?” Wilbert denkt terug aan zijn kindertijd, toen zijn moeder enige tijd vermist was. Hij weet nog hoeveel zorgen iedereen zich maakte en hoeveel pijn het deed toen bleek dat zijn moeder niet meer terug zou komen. Iedereen is verdrietig en ongerust, maar dan doorbreekt Marjan deze stemming. “Als we hier levend uitkomen, ga ik jou zó ten huwelijk vragen! Dan kun je geen nee zeggen, je bent mijn held!”, roept ze naar Wilbert en vertaalt het daarna voor de rest. Wilbert is ontroerd, verbaasd en verrast en begint te lachen. De sfeer is omgeslagen, de motivatie komt terug en er wordt weer met volle kracht gepeddeld en gezwommen. Om het half uur wisselt de zwemgroep met de sloepgroep, zodat iedereen evenveel werk- als rusttijd heeft – al leidt dit nog steeds tot veel geruzie met de bemanningsleden.

“Zou het thuisfront al op de hoogte zijn van de schipbreuk? Weten ze dat ik vermist ben, dat ik misschien niet meer terugkom?” Wilbert denkt terug aan zijn kindertijd, toen zijn moeder enige tijd vermist was. Hij weet nog hoeveel zorgen iedereen zich maakte en hoeveel pijn het deed toen bleek dat zijn moeder niet meer terug zou komen.

We zijn gered!

Het is weer donker geworden, maar ineens begint Caroline te schreeuwen dat ze een boot ziet, en wijst naar een licht heel in de verte. Dit licht wordt steeds groter en iedereen begint te schreeuwen en zwaaien. “We zijn gered!” Minutenlang gaat iedereen helemaal uit zijn dak, totdat het licht boven het water uitkomt. Het was de maan die opkwam. Een grote teleurstelling, zeker omdat de nacht voor de deur staat. Wat voor dieren zouden er dan op jacht gaan? Zitten hier eigenlijk haaien? Of giftige kwallen? Pijlstaartroggen? De mood is inmiddels weer gezakt, iedereen is uitgeput en het wisselen tussen zwemmen en rusten gaat moeilijker. Vooral de bemanning doet erg moeilijk wanneer zij de sloep uitmoeten. Ook heeft iedereen pijn, overal. Kapotte handen, blaren, verbrande huid, honger, dorst… Wanneer de zon weer opkomt begint Marjan te hallucineren. Ze ziet transformers en een grote skinny latte met suikervrije vanille van de Starbucks, ze kan hem zo uit de zee oppakken.

Het is weer donker geworden, maar ineens begint Caroline te schreeuwen dat ze een boot ziet, en wijst naar een licht heel in de verte. Dit licht wordt steeds groter en iedereen begint te schreeuwen en zwaaien. “We zijn gered!” Minutenlang gaat iedereen helemaal uit zijn dak, totdat het licht boven het water uitkomt. Het was de maan die opkwam


 

Sorry, een héél vervelend moment om te stoppen met het verhaal. Niet heel lang na de transformers en de Starbucks, komt de redding. Hoe dit gaat, mag je in het boek lezen. Onderaan het artikel vind je een link waar je het kunt bestellen. We zijn vier jaar verder en ik spreek Wilbert, want na het lezen van het boek was ik toch wel erg nieuwsgierig geworden naar hoe het nu met hem gaat.

Het gaat goed, gelukkig! Het eerste wat hij en Marjan deden toen ze thuiskwamen was kroketten eten met familie. De hele KLM-facebook ontplofte toen duidelijk werd dat er een collega betrokken was bij de schipbreukramp in Indonesië. Ze werden bedolven met lieve kaarten, reacties en post en dit gaf veel steun. “Het was oprecht de warme, trouwe blauwe KLM-familie die zich ontfermde over mij en Marjan. Daar ben ik iedereen nog steeds dankbaar voor”. Na twee maanden trok Wilbert zijn uniform weer aan om te gaan vliegen. Dit ging gelukkig goed, het wende erg snel weer, al was de zwemvestdemonstratie op het begin wel wat raar. Wel vindt Wilbert het nog steeds confronterend wanneer er op het bemanningencentrum een tafel staat met een portret van een recentelijk overleden collega met een condoleanceboek erbij. Telkens als ik  zo’n portret van een overleden collega zie, denk ik: het had niet veel gescheeld of mijn foto stond daar ook. Op zee moest ik daar zelfs aan denken, dat collega’s langs mijn ingelijste portretfoto zouden lopen.”

Telkens als ik  zo’n portret van een overleden collega zie, denk ik: het had niet veel gescheeld of mijn foto stond daar ook. Op zee moest ik daar zelfs aan denken, dat collega’s langs mijn ingelijste portretfoto zouden lopen.”

Samen terug naar Indonesië

Wilbert en Marjan waren pas anderhalf jaar samen toen ze op reis naar Indonesië gingen. De relatie is sindsdien alleen maar hechter geworden en heeft verdere relatiestappen zoals samenwonen wel versneld. Zestien maanden na de schipbreuk reist het stel terug naar Indonesië en bezoeken ze onder andere de haven van aankomst en het ziekenhuis waar ze na de redding in terechtkwamen. Wilbert verrast Marjan op het einde van de reis met een extra vakantiedag in een prachtig hotel, waar hij haar ten huwelijk vraagt. “Ik had nog nooit een vrouw ten huwelijk gevraagd, maar na deze ervaring wist ik zeker dat Marjan de ware was voor mij”, vertelt Wilbert.

Schrijven, verwerken en nachtmerries

Het schrijven van ‘Schipbreuk in het Paradijs’ heeft Wilbert geholpen met het verwerken van de ramp, maar ook met eerdere traumatische ervaringen zoals het verlies van zijn moeder. Hij benadrukt dat hij dit boek niet had kunnen schrijven zonder de hulp van Marjan. “Het kwam geregeld voor dat ik Marjan appte op haar werk met de vraag: ‘En toen en toen lag ik in het water en zei jij dit en dat’, waarop ze antwoordde ‘Nee, dat was later, en ik lag in het water en jij zat in de sloep, en het was niet die, maar die andere persoon die iets belangrijks vertelde’”. Op die manier beschreven we samen onze ervaringen, aan elkaar en aan het boek. Het voordeel was dat we er druk mee waren qua verwerking, het nadeel dat we er vaak over droomden of nachtmerries over hadden, zeker in het begin. Marjan heeft dus een heel belangrijke rol gespeeld bij het schrijf- en vertelproces. Het is mijn boek, maar zeker ook een groot deel haar verhaal.”

Hoeveel haaien heb jij vermoord, Wilbert?

Inmiddels is het boek in tweede druk en krijgt het veel positieve recensies. De schipbreuk heeft een plaatsje gekregen, maar komt op het werk nog vaak naar voren tijdens flight safety briefings, aan boord, of grappend aan de bar met collega’s; “Hoeveel haaien heb je vermoord Wilbert? Het was dus een cruiseschip met 3000 pax en die redde jij één voor één?” De schipbreuk heeft ook mooie dingen met zich meegebracht, vertelt Wilbert. “De band met Marjan is nog sterker dan voorheen. Maar ook de band met vrienden en familieleden. Ik zou deze schipbreuk zeker niet over willen doen of het als positief willen bestempelen, maar het heeft me wel een bepaalde richting op gestuurd, die positief is. En dan bedoel ik vooral mijn versterkte gevoelsleven, hoe ik in het leven sta en natuurlijk mijn droom, een eigen boek schrijven en publiceren, die voor mij is uitgekomen.”

De schipbreuk heeft een plaatsje gekregen, maar komt op het werk nog vaak naar voren tijdens flight safety briefings, aan boord, of grappend aan de bar met collega’s; “Hoeveel haaien heb je vermoord Wilbert? Het was dus een cruiseschip met 3000 pax en die redde jij één voor één?”

Drijvende lijkkisten

Tot slot wordt benadrukt dat mensen niet bang moeten worden om te reizen, integendeel. Wel waarschuwt Wilbert mensen voor dit soort boottrips. Achteraf bleek dat dit soort boten zeer slecht onderhouden worden. Augustus is de gevaarlijkste maand om het water op te gaan, er gebeuren dan veel ongelukken. Er zijn veel draaikolken in het gebied waar de Versace Amara zonk. “Die boten zijn drijvende lijkkisten en levensgevaarlijk”, vertelde een local toen het stel terug in Indonesië was.

Ik heb genoten van het boek. In het begin kwam ik er een beetje moeilijk in omdat er veel details gegeven worden zoals de namen van passagiers en bemanningsleden, maar ook namen van Indonesische steden en eilanden. Het duurde gelukkig niet lang voordat ik in het verhaal opgezogen werd. Elk vrij moment pakte ik om verder te lezen. Een verhaal dat altijd zal blijven hangen!

Hier een aantal beelden die tijdens de ramp gemaakt zijn.

 

Nieuwsgierig geworden naar het complete verhaal? Bestel het boek via deze link! 

Voor een persoonlijk gesigneerd exemplaar, neem direct contact op met de auteur!